’t Nupke Geldrop

De 4,5 m lange, houten bovenas heeft een gietijzeren insteekkop van de Kempense IJzergieterij en Smederij A. v. Aerschot. De vang (rem) is een Vlaamse blokvang met vangtrommel en bestaat uit vier stukken.

Molen ‘t Nupke wordt op de wind gezet met een kruilier aan de staart. De met dakleer bedekte kap draait op een Engels kruiwerk. Het luiwerk, waarmee de zakken graan opgehesen worden, is een sleepluiwerk.

De vlucht van de molen bedraagt ruim 25 meter. De molen is nog steeds geheel maalvaardig en heeft één koppel kunststenen en één koppel natuurstenen (“blauwe stenen”), waarmee nog regelmatig graan tot consumptiemeel wordt gemalen.

Tijdens de openingstijden kun je de molen bezichtigen. De toegang is gratis. Behalve dat de mulders het bezoek uitgebreid kunnen vertellen over wind- en watermolens in het algemeen en over molen ‘t Nupke (inclusief het maalproces) in het bijzonder, verzorgen zij ook de verkoop van de diverse door hen op ‘t Nupke ambachtelijk gemalen meelsoorten.

Geschiedenis

De bouwer/eigenaar/molenaar van deze Geldropse belt-korenmolen op een perceel, genaamd “het Nupke”, was de uit het Belgische Overpelt afkomstige Anthonij Sevens.

Uit de schaarse archiefstukken is bekend dat deze molenaar in compagnie met molenaar Dirk Verbeek uit Heeze waarschijnlijk al vóór 1814 de watermolen op de Kleine Dommel in Geldrop en de windmolen in Zesgehuchten bemaalde.

Dirk Verbeek was de pachter van voornoemde molens en Anthonij Sevens was bij hem in dienst als molenaar en beiden – om wat voor reden dan ook – kregen onenigheid met elkaar.

Sevens verbrak eind 1841 de samenwerking om in Geldrop een eigen wind-graan- en oliemolen te bouwen, waartoe hij op 18 december van dat jaar aan Z.M. Koning Willem II vergunning vroeg.

Het gemeentebestuur van Geldrop liet reeds vijf dagen later (!) aan de Commissaris van de Koning weten dat er geen bedenkingen tegen het plan bestonden.

Toen de molen in 1843 verrezen was, verkreeg Sevens ingevolge de wet van 28 maart 1828 op zijn verzoek vrijdom van grondbelasting voor acht achtereenvolgende jaren. Hij heeft ze niet kunnen volmaken, want in 1849 reeds overleed de toen zestigjarige mulder.

De erven Sevens zetten de zaak voort en staan dan in het patentregister beschreven als “windkorenmolenaar, boekweitmolenaar, moutmolenaar, olieslager en garstpeller” en in 1849 volgt zijn 28-jarige zoon Anthonius hem op als molenaar.

Daarna meldt zich weer de familie Verbeek in de persoon van de uit Heeze afkomstige Theodorus Verbeek, een rasechte molenaarszoon, die in 1870 op 38-jarige leeftijd de molen aankoopt. De mulder vestigt zich met zijn vrouw – Christina Dupuis, dochter van de huisarts Dupuis uit Heeze – en zijn twee kinderen vanuit Stiphout in Geldrop. De perceelsaanduiding gewaagt in 1873 van de Kiezelweg en de mulder staat in het laatste patentregister beschreven als “windkorenmolenaar, binnenlands koopman in het klein, moutmolenaar, bij afwisseling olieslager”.

Als Theodorus Verbeek zich tenslotte uit de zaken terugtrekt, zetten zijn zoons het molenbedrijf voort, tot in 1920 de derde eigenaar op de molen komt: de dan 26-jarige Paulus Joseph Rooymans, die zich al een jaar eerder vanuit Eersel in Geldrop vestigde. Als zijn beroep wordt vermeld: “molenaar, reiziger en herbergier”.

Hij trouwt in Geldrop op 15 juni 1920 met de 22-jarige Wilhelmina Smeets uit Valkenswaard, die in de komende twaalf jaar ten minste acht kinderen ter wereld zal brengen.

De in de kadastrale legger als graanoliemolen aan de Kiezelweg aangeduide windmolen zal dertien jaar in Rooymans bezit blijven; hij verkoopt deze in 1933 aan molenaar Obbing.

 

Molenaar Johannes Bernardus Obbing werd geboren op 30 juli 1896 in Wehl. Zijn ouders waren Antonius Obbing en Lamerdina Schenning. Hij was getrouwd met Helena Cornelia Middegaal op 29 november 1928, dochter van Hendrikus Middegaal en Christina Santegoeds. In 1932 komt Obbing met vrouw en kind vanuit Waalre in Geldrop wonen en vestigt zich na aankoop van de mnupke 1920olen in het molenhuis aan de Laarstraat. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: twee dochters en een zoon. Bij de bevrijding van Geldrop in 1944 wordt de elfjarige enige zoon Antonius door een militair voertuig overreden. Molenaar Obbing bleef tot aan zijn dood in 1967 zijn beroep uitoefenen. Zijn vrouw was in 1963 overleden, waardoor de molen in eigendom overging naar de twee dochters: Hendrika en Johanna Obbing.

Omdat de dochters niet het beroep van molenaar uitoefenden, stond de molen de volgende tien jaar buiten werking, wat leidde tot groot verval. Wel werd de molen in 1968 op de rijksmonumenten-lijst geplaatst. De gemeente Geldrop, die zich in 1949 al verbonden had om mulder Obbing niet in de uitoefening van zijn beroep te belemmeren en daarom aan de nieuwe weg, de Molenakker, een open bebouwing voorschreef, liet notarieel vastleggen dat zij bij eventuele verkoop van de molen recht van voorkeur had.

In 1978 kon de gemeente Geldrop – na veel vijven en zessen – het koopcontract ondertekenen en werd – met grote inzet van molenbouwer Adriaens en de gemeente – aan een algehele 200.000 gulden kostende restauratie begonnen die een jaar in beslag zou nemen. Hiermee heeft Geldrop een volwaardige in goede staat zijnde molen op zijn grond weten te behouden; niet meer om het broodnodige graan te malen, maar wel als een levend monument, zichtbare cultuur uit een nabij verleden, tot ‘Leringhe en de vermaeck’ voor ieder die erin is geïnteresseerd.

Op 10 mei 1980 (Nationale Molendag) werd de molen officieel weer in gebruik genomen. Wim Vlemmix werd vrijwillig molenaar en bemaalde tot januari 1989 de molen, toen hij zijn werkzaamheden op de molen overdroeg aan vrijwillig molenaar Hans Tielemans. In 1994 kwam er nog een vrijwillig molenaar bij, Frans Tullemans. Naderhand zijn zowel Dave Royle als Willem Boender het team komen versterken. Op 31 december 2019 is Hans Tielemans na 31 jaar het beheer van de molen gevoerd te hebben gestopt.

Meer over ’t Nupke

Verkoop van producten

Behalve dat de mulders het bezoek uitgebreid kunnen vertellen over wind- en watermolens in het algemeen en over molen ‘t Nupke (inclusief het maalproces) in het bijzonder, verzorgen zij ook de verkoop van de diverse door hen op ‘t Nupke ambachtelijk gemalen meelsoorten.

Vriend van de molen

Vriend worden van de molen? Hier vind je meer informatie.

Openingstijden

Ieder zaterdag van 10 – 16 uur.

Laatste rondleiding 15 uur.

Bezoek tijdens openingstijd voor
groepen van meer dan 10 personen graag op afspraak.

Bezoek buiten openingstijd, excursies, huwelijksreportages e.d. alleen op afspraak.

Het molenteam

Het beheer van de molen ligt in handen van vier enthousiaste vrijwilligers:
Willem Boender, Frans Tullemans en Aart van Gorkum, alle drie gediplomeerd vrijwillig molenaar en Tiny van den Heuvel, gediplomeerd molengids
.

Laatste nieuws van onze molens

Bezoek voorzitter Hollandsche molen.

Bezoek voorzitter Hollandsche molen.

Vereniging De Hollandsche mol en bestaat in 2023 100 jaar. Hun voorzitter, Nico Salm, heeft als doel gesteld om 100 molens te bezoeken. Het belangrijkste doel is om in gesprek te gaan met de molenaars, vrijwilligers, eigenaar/stichting en gemeente. Zowel de molen in...